Planmatig werken, hoe leer je dat?

kleutervaardigheden-planmatig werken

Bij vrijwel alle dingen die je doet, heb je onbewust een plan dat je volgt. Als je naar de winkel gaat, maak je bijvoorbeeld eerst een boodschappenlijstje. Dan pak je een tas en je portemonnee. Daarna trek je je jas aan en gaat op pad. Omdat je dit al vaak gedaan hebt, gaat het automatisch.

Kinderen leren door zelf activiteiten te doen om hun eigen plannen te maken. Ze ontdekken al doende wat handig werkt en wat niet. Daardoor gaat het steeds gemakkelijker en kost een taak minder tijd. Op school geeft de leerkracht de instructie voor een knutselwerkje of een rekensom vaak in stappen. Zo oefent een kind om een taak in een logische volgorde uit te voeren. En om ook zelf stappenplannen te bedenken om een taak te doen.

Moeite met planmatig werken:

Er zijn kinderen die moeite hebben met planmatig werken. Zij kunnen vastlopen op verschillende punten:

  • de instructie niet goed begrijpen,
  • niet weten waar je moet beginnen,
  • na een deelstap niet weten hoe je verder kunt gaan,
  • niet overzien welke spullen je nodig hebt en alvast klaar moet leggen,
  • al beginnen voordat je een goed plan bedacht hebt,
  • geen logische volgorde hanteren en het overzicht verliezen,
  • vergeten om je werk na te kijken en dan niet merken dat je stukken hebt overgeslagen,
  • als je een foutje gemaakt hebt niet weten hoe je dit op kunt lossen.

De kinderen die deze problemen hebben, hebben veel extra begeleiding nodig in de klas. Sommige kinderen redden zich wel door hulp te vragen aan een vriendje of aan de leerkracht. Maar andere kinderen krijgen hun werk niet af of maken veel fouten. Ook hebben zij vaak minder plezier in de taken op school.

Oefenen van planmatig werken:

Er zijn verschillende methodes die op scholen gebruikt worden om kinderen te helpen met planmatig leren werken. Voorbeelden zijn de beertjesmethode van Meichenbaum of Stippe Stappe. Hierbij wordt gebruik gemaakt van kaartjes met de stappen van een stappenplan. De kaartjes geven extra visuele ondersteuning. Kinderen hebben hier houvast aan bij het krijgen van overzicht en structuur in hun werk. De leerkracht kan aan de hand van de stappen een taak uitleggen.

Stap 1) Wat moet ik doen? De leerkracht legt de opdracht uit en checkt of het kind het goed begrepen heeft.

Stap 2) Hoe ga ik het doen? Leerkracht en kind maken samen een plan en delen de taak op in deelstappen. Daarna kunnen zij samen een logische volgorde bepalen en bedenken welke spullen nodig zijn. Na het klaarleggen van alle spullen kan het kind verder met stap 3.

Stap 3) Ik doe mijn werk. Het kind voert de deelstappen uit en volgt hierbij het gemaakte plan.

Stap 4) Ik kijk mijn werk na. Het kind kijkt samen met de leerkracht na of het alle stappen van de taak goed heeft uitgevoerd. Als dan blijkt dat er iets niet klopt, kunnen zij een nieuw plan bedenken  om dit op te lossen.

Stap 5) Ik ruim mijn spullen op.

Ergotherapie en planmatig werken

Het is voor een leerkracht onmogelijk om deze stappen met iedere leerling individueel door te nemen. In de klas moeten de kinderen het doen met de klassikale instructie. Soms aangevuld met hulp van een klasgenoot of de korte individuele instructiemomenten tijdens de loopronde van de leerkracht. Voor een aantal kinderen is dit onvoldoende. Dan kan een ergotherapeut ondersteuning bieden.

Bij een  observatie door de ergotherapeut wordt in kaart gebracht in welke stap(pen) het kind vastloopt. Daar kan dan gericht aan gewerkt worden tijdens de behandeling. De ergotherapeut gebruikt hierbij de CO-OP-methode (Cognitive Orientation to daily Occupational Performance). In een één-op-één situatie neemt de ergotherapeut met het kind het stappenplan door.

De ergotherapeut stelt hierbij specifieke vragen aan het kind. Zo leert het kind hoe het voor allerlei taken een eigen stappenplan kan bedenken en uitvoeren. Door deze extra begeleiding krijgen kinderen meer zelfvertrouwen. Ook gaat het werktempo omhoog en de schoolresultaten VOORUIT!

Leave a Reply